Ontginning Van den Bosch
Verscheidene huizen in de hoek van de Vrij (nrs. 14-24) en de Nieuweweg (nrs. 104-112) blijken een gemeenschappelijke achtergrond te hebben.
Ze vinden allemaal hun oorsprong in een groot perceel (10 ha) dat toebe-hoorde aan de familie Van den Bosch in Goch. Op een topografi-sche kaart uit 1842 rechts is het rood omlijnd. Jan Hendrik van den Bosch liet in 1855 dit perceel beplanten met dennen. Uit het kaartje blijkt dat een groot deel van de ontginningen tussen Nieuweweg en Grensweg niet zo zeer voor landbouw maar voor de houtproductie gebruikt werd.
De familie Van den Bosch behoorde tot de oudste en rijkste families van Goch. Bekendste vertegenwoordiger was Wilhelm Anton, koopman en grootgrondbezitter die leefde van 1764 tot 1843. Hij was onder andere tabaksfabrikant en exploiteerde na 1806 een Schnappsstokerij en suikerfabriek. Je kunt zeggen dat de familie rijk geworden was van de genotmiddelen. De dochter van Wilhelm Anton, Catharina van den Bosch, compenseerde dit enigszins door de stichting van het ziekenhuis in Goch, dat tot op de dag van vandaag de naam van haar vader draagt, het Wilhelm Anton Hospital.
Vanaf 1863 verkocht deze familie, in de persoon van Victor en bovengenoemde Catharina van den Bosch, een aantal rechthoekige percelen, 5 ha langs de Vrij (de rechter helft van het rode blok in de bovenste kaart) en 5 ha (de linker helft) aan de (latere) Nieuweweg.
Catharina van den Bosch was getrouwd met de fabrikant August Schlüpers, die zij machtigde haar zaken rond de verkoop van deze stroken te regelen.
Dit bord van de oude weverij van August Schlüpers hangt nu op de Villermühle
Daar de kopers, veelal dagloners en arbeiders, niet in staat waren de koopsom direct te betalen, konden ze meteen bij de familie een hypotheek afsluiten. Dit had voor de familie Van den Bosch het voordeel dat de grond aan hun terugviel als de aflosser in gebreke bleef.
Om de kans op succes te verhogen waren aan de verkoop van deze stroken wel voorwaarden verbonden. Caritas en zakelijkheid sluiten elkaar niet uit.
De meeste percelen bestonden uit gekapte dennen en het was wel de bedoeling dat de stobben verwijderd werden.
En er moest een huis gebouwd worden.
Het blijkt dat het niet eenvoudig was de kosten van de hypotheek op te brengen. Het was arme grond, en de landbouw verkeerde in de 19de eeuw sowieso in een malaise. Het valt op dat veel verschillende families het na elkaar geprobeerd hebben.
De tekening links, uit 1865, laat zien dat begonnen werd aan de Vrij, waar de eerste 5 ha verdeeld werd in een aantal stroken, genummerd van 2964 boven tot 2974 onder. Hierop worden de huizen Vrij 14 t/m 24 gebouwd, en Nieuweweg 104.
Vrij 16 is een uitzondering, dat huis is pas in 1936 gebouwd.
De toekenning van de percelen is als volgt:
- 14: Johan Joosten
- 16: Frans Thissen
- 18: Hendrik Kronen
- 20: Gerard Peters
- 22: Jozef Schaap
- 24: Johannes van Baal
- 104: Hendrik Janssen
Vrij 14, gesticht in 1863, 1869 opnieuw verkocht door Schlüpers, daarna doorverkocht in 1910, 1917, 1918, sindsdien de familie Hermse/Thönnissen.
Op Vrij 16 is later gebouwd dan de buurhuizen. Pas in 1936, als afsplitsing van Vrij 25 aan de overkant, is er een huis gezet.
Vrij 18, 1863 Kronen/Sanders, zijn er meer dan 100 jaar gebleven. Dit is het grootste perceel. Het huis stond midden op perceel, niet aan de weg.
Vrij 20, 1866 G. Peters, 1879 Jac. van der Horst, wever, later schoonzoon Hiep
Vrij 22, Joseph Schaap, bezembinder, vertrok 1924 naar Zuid-Limburg, overgenomen door achterneef Vonken.
Vrij 24 van Baal, 0,5 ha. Ook bezembinder, de familie heeft hier 100 jaar gewoond.
Het linker perceel volgde kort daarna. Op de tekening links, van 1869, zien we dat begonnen is met een tweedeling, met twee huizen. Het onderste huis is de voorloper van Nieuweweg 112. Het huis bovenin, waarbij de naam van Hubert Kronen staat, is in 1922 gesloopt.
Het onderste blok, met nr. 3164, is twee jaar later ook in stroken verdeeld.
Dit deel is uitvergroot op de tekening rechts uit 1871.
Er zijn 6 ongeveer even grote stroken uitgezet, met al enkele namen van de kopers: Johan Janssen, Hendrik Vullings, Augustinus Janssen.
De ligging van de huizen 106 en 108, wat verborgen gelegen aan een zijweggetje van de Nieuweweg achter nr. 110, is terug te voeren op huizen die op de tweede en derde strook vanaf de Nieuweweg gebouwd zijn. De huidige nummers staan er in groen bijgeschreven.
Het ligt voor de hand dit initiatief te vergelijken met de vestiging van de Groesbeekse families bij de Groote Horst (“de Hei”), die rond dezelfde tijd plaatsvond. Op de Hei was het Hendrik van Eikels die op 10 ha grond arme Groesbeekse gezinnen een huis liet zetten.
Dat begon zo rond 1865, voor zover bekend zonder bijkomende voorwaarden.
Het lijkt er op dat de vestiging op de Hei succesvoller was, in die zin: er zijn zijstraten aangelegd, er is een buurt ontstaan.
Noordelijk van de Vrij was dat niet het geval, er zijn in de loop der tijd meer huizen verdwenen dan bijgebouwd. Aan de Beltweg en de Grensweg bleek het moeilijker de hypotheeklasten op te brengen; er waren meer gedwongen verkopen.
Een verklaring kan zijn dat de Groesbekers als bezembinders en handelaren voor hun inkomen minder afhankelijk waren van landbouw. Hun grondstof was heide, die toen nog volop aanwezig was in de omgeving.
Het kan ook zijn dat ze minder hypotheeklasten hadden te dragen, omdat ze minder betaald hadden voor een eenvoudige woning op een klein erf.