Dankzij de grens
Bijgaande ansichtkaart is verstuurd in 1901. Bierhuis en Slagerij P. van der Staay stond bij de grensovergang in Siebengewald, tegenover de Duitse grenspost, met de grens er tussenin. Het gebouw was in 1716 als Augustinushof gesticht door het klooster de Gaesdonck, dat ook altijd eigenaar is gebleven. Aan de rechterkant op de foto, achter de bomen, is het torentje van het klooster net zichtbaar. Vanaf 1918 stond de Augustinushof bekend als Café Ingenbleek, tot het in 1945 bij de geallieerde opmars onherstelbaar beschadigd, en vervolgens gesloopt werd.
Uit dezelfde tijd, rond 1900, hebben we ook een fotootje van Slagerij G. Hendriks, iets verderop aan de Gochsedijk als je vanuit Goch Siebengewald binnenkwam. Twee slagerijen, zo kort bij de grens, dat zal niet alleen voor de dorpsbewoners zijn. Het is maar één klein voorbeeld van hoe de grensligging van Siebengewald het dorp altijd sterk beïnvloed heeft. Zeker vanaf 1817, toen de grens tussen Afferden en Goch opgewaardeerd werd tot landsgrens tussen Nederland en Pruisen.
Door ongelijke belastingen op consumptieartikelen als tabak, suiker, zout en koffie ontstonden er prijsverschillen tussen beide landen. Daarmee werd een voor de streek nieuw verdienmodel geïntroduceerd: de smokkelarij. Over de verbeten strijd tussen smokkelaars en grensbewakers is al veel geschreven, vooral in romantische zin. Dat er langs de grens ook voor legale handel veel kansen lagen spreekt minder tot de verbeelding. Die kansen liggen er trouwens nog steeds, zelfs met onze “open grenzen”. We zien dat in Siebengewald nog elke dag, en met name op zon- en (Duitse) feestdagen.
Bovengenoemde slagerijen passen ook in dat patroon. Aanleiding was een uitbraak van mond-en-klauwzeer in het Niederrhein-gebied. De veehandel over de grens werd verboden waardoor aan Duitse zijde een tekort ontstond, wat weer leidde tot hoge prijzen voor vleesproducten. Duitse grensbewoners mochten een beperkte hoeveelheid (aanvankelijk 4 pond) uit Nederland mee terugnemen, en die maakten daar op grote schaal gebruik van. In oktober 1897 meldde de Duitse krant dat zo’n 500 vrouwen uit Goch een bezoek gebracht hadden aan een pas geopende slagerij op de Augustinushof. Dat zal dus bij Piet van der Staay geweest zijn. In 1900 werd de toegelaten hoeveelheid teruggebracht tot 2 pond, maar daar werd nog steeds per maand door zo’n 800 Gochse gezinnen gebruik van gemaakt.
In 1903 werd de Duitse grenspost uitgebreid met een Zollamt, waarmee het mogelijk werd via Siebengewald goederen Duitsland binnen te brengen waarover invoerrechten verschuldigd waren. Voor die tijd moesten grote omwegen gemaakt worden naar Ven-Zelderheide/Grünewald, of via Hees tussen Well en Weeze. Dit nieuwe kantoor, en de opkomende industrie in Goch, brachten meer grensverkeer door Siebengewald met zich mee, wat rond 1920 resulteerde in een heus soort winkelcentrum aan de Gochsedijk in de Meulenbuurt. Met bekende namen als Weijs (fietsen en garage), Beerkens (molenaar en herberg), Ponjée (aannemer en meubels) en Van Riswick (kruidenier en bakker). Nu, 104 jaar later, floreert de fietsenwinkel als nooit tevoren, en er loopt een directe opvolgingslijn van Beerkens naar de huidige 2Brüder en de Haldi. Alles dankzij de grens.