Middenstand
Tussen 1890 en 1920, parallel aan de ontginningen aan de noord-west-rand van het dorp,
komt ook de Gochsedijk tot ontwikkeling. Het werd, tot op de dag van vandaag, het commerciële
hart van het dorp. Dat lijkt laat voor een oude, doorgaande weg, maar kennelijk was het
aantal inwoners eerder niet groot genoeg om een middenstand te onderhouden.
Ter hoogte van de Kreeftenhei was aan de zuidkant van de Gochsedijk de grond van oudsher
in bezit van de familie Von und zu Hoenbroeck. Na verkoop aan de koopman Lodewijk Prins
werd veel van deze grond in kleine percelen doorverkocht aan wat bekende namen in het
zakenleven zouden worden: Joh. Tissens schoonzoon H. van der Horst, Weijers, Jans, van
Riswick, Clevers, Ponjee. Aan de overkant bezat de familie Beerkens al sinds 1908 de molen en een café. Rond 1914 had zich daarnaast aan de ene kant de smid Toon Arts gevestigd, en aan de andere kant de schoenmaker Joh. Clevers.
De opening van de grens
voor goederenverkeer rond 1905 zal deze ontwikkeling gestimuleerd hebben.
Op onderstaande kaart uit 1920 zien we een groot aantal percelen uitgemeten langs de zuidkant
van de Gochsedijk, die in korte tijd verkocht worden aan de personen rechtsonder.
Bij de bespreking van de winkels aan de Gochsedijk keren deze plaatjes vaak terug.