Namen en hun schrijfwijze
In ons gebied is de burgerlijke stand ingevoerd door de Fransen in 1798. In 1794 werden de
Pruisische en andere Duitse gebieden op de linker Rijnoever door de Franse legers bezet en
in 1798 omgevormd tot Franse departementen. Siebengewald lag vóór 1795 op Pruisisch
grondgebied: op de grens van Pruisisch-Kleef (Goch, Asperden, Weeze) en Pruisisch-Gelre
(Afferden). Tot 1813 zou Siebengewald deel uitmaken van het Franse Département de la
Roer, met als hoofdstad Aken.
Eén van de gevolgen van deze bestuurlijke indeling was de invoering van de burgerlijke
stand in september 1798 (in “Holland” gebeurde dit in 1811). Tot dan toe was het de opgave
van de kerken om geboorten, huwelijken en overlijdens te registreren. De Fransen sloten de
kerkboeken en gingen over tot de vorming van burgerlijke gemeenten die deze taak overnamen.
Daarbij werd ook meteen gebruik gemaakt van de franse republikeinse kalender, die
op 22-9-1798 aan zijn zevende jaar begon.

De laatste vermelding in het begraafboek van de kerk in Afferden is het overlijden van Johannes
Venhoven, echtgenoot van Ester van Eijkels, wonende “in de heijde bij de gaesdonck”, op 3 september
1798 (zie Nieuweweg 3).
Daaronder staat de aantekening dat het boek gesloten is en dat de registratie voortaan door de
vertegenwoordiger van het burgerlijk gezag zal geschieden. Afferden maakte deel uit van het Canton
Goch, Arrondissement Cleve, Département de la Roer.
De bewoners van de Augustinusweg, die kerkten in Hassum maar bestuurlijk onder de heerlijkheid
Weeze vielen, kwamen onder het bestuur van de nieuwe gemeente Weeze. Zij
moesten voortaan naar Weeze om geboorten, huwelijken en sterfgevallen aan te melden.
Dat was aanzienlijk verder dan de kerk van Hassum. Deze indeling zou tot 1817 zo blijven.
De rest van Siebengewald, bewoners van de heerlijkheid en parochie Afferden, moesten
voortaan naar Bergen. Dat werd namelijk de bestuurszetel van de gemeente Bergen die ontstond
door de heerlijkheden Heijen, Afferden en Well samen te voegen. In de praktijk gebeurde
de registratie ook wel bij de Afferdse wethouder thuis.
De sluiting van de kerkboeken bleek een tijdelijke maatregel; rond 1806 begonnen de kerken
weer met het noteren van dopen, kerkelijke huwelijken en begrafenissen.
Vaak wordt gesteld dat met de invoering van de burgerlijke stand ook de vaste familienaam
ingevoerd is. Dat gaat misschien op voor bepaalde gebieden in Nederland. In Overijssel bijvoorbeeld
was het tot die tijd gebruikelijk dat iemand de naam van zijn vader meekreeg, een
zogenoemde patroniem. Jan, de zoon van Gerrit, heette Jan Gerrits, eventueel nog gevolgd
door de naam van de boerderij die hij bewoonde.
Uit de kerkboeken blijkt dat in onze streek de familienaam ook vóór 1800, zelfs rond 1700,
al gebruikelijk was. Wel zijn veel van deze familienamen gebaseerd op patroniemen, d.w.z.
afgeleid van een voornaam: Jaspers, Theunissen, Peters, Thissen, Driessen en natuurlijk
Janssen.
In het kerkboek van Afferden zien we, in het Latijn, de geleidelijke overgang van patroniem
naar familienaam.
In 1672 opent het doopboek met kinderen van de ouders (zie
figuur hiernaast): Joannis Henrici en Ida Janssen, Gerardus
Wilhelmi en Emerentiana Florisse, Henricus Lamberti en Elisabeta,
Joannis Petri en Petronella Gerardi, Gerardus Jaspers
en Petronella Hendrix.
Interessant is het verschil tussen Henrici op de eerste regel, en
Hendrix op de laatste. Het eerste lijkt een (latijns) patroniem,
(zoon) van Henricus, het laatste de hieruit voortgekomen familienaam.
Zo zien we verderop ook Joannis Petri (Johannes zoon van
Petrus) versus Peters.
Daarnaast komen er ook wel bekende familienamen voor, als
Verblack, Hoolmans en van Cuijck, maar die zijn in de minderheid.
Nog in de loop van de 17de eeuw verschuift het beeld ten
gunste van de familienaam, en ook het aandeel familienamen
die niet afgeleid zijn van patroniemen neemt toe. Aan het eind
van de 18de eeuw is de erfelijke familienaam algemeen. De
invoering van de burgerlijke stand en de familienaam in 1798 verloopt in dit opzicht naadloos.