Groesbekers op de Hei
De basis voor de Hei als woonbuurt is al eerder gelegd. Het begint er mee als in 1842 vier landbouwers een perceel van 10 ha heide kopen van grootgrondbezitter, koopman en fabrikant J.H. van den Bosch uit Goch. Op de tekening rechts staat er één huis op. In de luchtfoto daaronder is het perceel ingetekend met rode lijnen. Het omvat dus beide zijden van de huidige Ericaweg en Heidestraat, tussen de Gochsedijk en de Horsterbeek. Aan de zuidzijde ontstaat later de Callunastraat.
De kopers zijn drie landbouwers uit Asperden en Goch en één uit Siebengewald, de bewoner van het huis in de bovenste tekening.
Zij hadden het gebied onderling verdeeld langs de gele lijnen in de projectie hiernaast.
De linker strook, nu de even zijde van de Ericaweg, was van Mathijs Knops, landbouwer en inwoner van Goch. Al in 1847 verkoopt hij een hoekje aan zijn broer Hendrik Knops, die daar de voorloper sticht van Gochsedijk 2A.
De middelste strook, tussen de Ericaweg en de Heidestraat, kwam op naam van Matthijs Lucassen, akkerman uit Asperden. Na diens overlijden werd het geërfd door zijn stiefzoon Jacob Slütters (ook wel Sluiters geschreven), een zoon uit een eerder huwelijk van zijn vrouw Helena Kocken.
De rechter strook is verdeeld in twee stukken. Het deel dat grenst aan de Gochsedijk was van Jan Tepest, wonende te Holthuizenbosch bij Goch. Hierop zijn rond 1870 Gochsedijk 8 en 10 en Heidestraat 1 gebouwd door leden van de familie Theunissen van Gochsedijk 152.
De andere helft, doorlopend tot aan de Callunastraat, was voor de enige koper die er in 1842 zelf woonde, Hendrik van Eijckels. Zijn huis (zie Heidestraat 1A) stond in het land achter het huidige Heidestraat 3. Ook hij kwam oorspronkelijk van over de grens, hij is geboren in Asperden.
Uit dit plaatje blijkt dat de Ericaweg en de Heidestraat later ontstaan zijn langs bovenstaande perceelgrenzen, de gele lijnen.
De eerste Groesbekers vestigen zich vanaf 1865 binnen deze 10 ha, langs de Heidestraat en de Ericaweg.
Twee personen hebben mogelijk een rol gespeeld in de keuze van enkele families om Groesbeek te verlaten en hun geluk te beproeven in Siebengewald: Gerrit Peters en Antoon Janssen.
Zij kwamen uit Groesbeek maar woonden al eerder in Siebengewald, als dagloners, voordat er sprake was van een toestroom.
Gerrit Peters heeft nog op de Vrij gewoond (zie Vrij 20), maar zijn kinderen voegden zich bij de Groesbeekse kolonie op de Hei.
Antoon Janssen uit Groesbeek woonde al sinds 1859 op de Kreeftenheide, als dagloner. Sinds 1863 staat hij ingeschreven als bezembinder op Gochsedijk 6. Leo Gramsen is in 1873 als eerste Gramsen/Gramser in Siebengewald “te zijnen huize” geboren.
Van Gerrit Peters, Antoon Janssen en Hendrik van Eijckels trouwden kinderen met nieuwkomers uit Groesbeek.
De tekening rechts laat zien welke huizen er in 1878 al gebouwd waren langs de Gochsedijk, de Ericaweg en de Heidestraat, op meest rechthoekige percelen. Slechts geleidelijk werd de heide rond de woning ontgonnen tot bouwland. Dit was om in de eigen behoefte te voorzien. Men leefde niet van de landbouw, maar van de heide in de omgeving en van de handel.
De meesten waren bezembinders en verkochten hun waar tot ver in Duitsland. Anderen breidden hun handel uit met touw, paraplu’s en andere gebruiksgoederen.
We kunnen ervanuit gaan dat deze eerste woningen simpele behuizingen waren, met houten of lemen wanden en strodaken.
Een kenmerkend verschil met de landbouwers in andere buurten van Siebengewald was dat men veel vaker van woning wisselde. Men was niet gebonden aan een boerenbedrijf met land en vee. Sommigen waren ’s-zomers onderweg en alleen in de winter op de Hei aanwezig, zodat de aanwezige woonruimte naar behoefte onder families verdeeld werd. Dit heeft het meer dan in andere buurten lastig gemaakt om de bewoners van de woningen terug te vinden. Zowel het kadaster als het bevolkingsregister volgen de veranderingen niet op de voet, maar lopen enkele jaren achter.
Het zou een misverstand zijn te denken dat zich op de Hei alleen maar Groesbeekse bezembinders gevestigd hebben. Dat geldt wel voor de eerste jaren, langs de Heidestraat en de Ericaweg, met namen als Driessen, Peters, Janssen, Gramser en Kersten. Maar al snel mengde zich bijvoorbeeld de familie Lauf in deze buurt, en zij kwamen uit Venray. Iets later kwamen de broers Jans, ook grondleggers van een uitgebreide Siebengewaldse ondernemersfamilie. Hun vader was afkomstig uit Oploo.
Aan de rand van de Hei, langs de Gochsedijk en de Callunastraat, was de bevolking al gemengder: meer landbouwers en afkomstig uit andere plaatsen dan Groesbeek.