Filius illegitimus
Of filia illegitima, zo kwam je vroeger als kind in het doopboek te staan als je moeder niet “voor de kerk” getrouwd was. Filius voor zoon, filia voor dochter, en met illegitiem of onwettig werd bedoeld: buiten het huwelijk geboren.
Tegenwoordig heeft het hele begrip “onwettig kind” zijn betekenis vrijwel verloren, een tendens die ingezet is in de jaren ‘70. In de periode daarvoor, in de eerste helft van de 20ste eeuw, moet de maatschappelijke acceptatie van dit fenomeen op een dieptepunt geweest zijn, wat bij de betrokken personen aanleiding kon geven tot wanhoopsdaden.
De indruk bestaat dat er in de 19de eeuw wat minder krampachtig omgegaan werd met buitenechtelijke kinderen. Ze staan “gewoon” in het doopboek, en uit de vermeldingen valt niet op te maken dat de moeder gedwongen werd de naam van de vader te noemen of om het kind af te staan. Het verhinderde de moeder ook niet om later alsnog te trouwen.
Eén van de oorzaken van ongehuwd moederschap zou de algemene armoede op het platteland in de 19de eeuw kunnen zijn. Dit maakte dat er relatief laat getrouwd werd, omdat de jonge man nog niet in staat was een gezin te onderhouden. In 1840 was in de gemeente Bergen de gemiddelde leeftijd van de bruidegom 31,3 jaar. Hierbij zijn alleen de eerste huwelijken gerekend, niet de huwelijken van weduwen en weduwnaren die in sommige jaren de helft uitmaakten van het totaal. Bij de bruiden was het gemiddelde 28,8 jaar.
In 1911 was het iets gezakt, maar altijd nog 29,8 voor de bruidegom, 25,4 voor de bruid.
In dat licht bezien valt het aantal “illegitieme” kinderen nog mee. In de parochie Afferden zijn in de periode 1807-1904 3000 kinderen gedoopt, waarvan er 116 onwettig genoemd werden. Zo’n 3,8 %.
In Siebengewald, van 1864 tot en met 1914, betrof het 62 gevallen op 1943 dopen, 3,2%.
De gevallen waarbij net voor de bevalling getrouwd werd zijn hier buiten beschouwing gebleven.
In een aantal gevallen was de vader wel degelijk bekend, alleen niet officieel getrouwd met de moeder. Als het dan later tot een huwelijk kwam, werden de kinderen alsnog erkend en kregen zij de naam van de bruidegom. Dit werd dan bijgeschreven op de huwelijksakte en de geboorteakte van de kinderen. In dat geval spreken we wel van voorkinderen, geboren vóór het huwelijk.
In 1841 werden bij een huwelijk liefst vier kinderen gewettigd, van respectievelijk 9, 6, 3 en 1 jaar oud. Het blijkt dat de bruidegom de aangever van alle vier de kinderen was, dus het betrof hier een echtpaar dat al tien jaar samenwoonde maar officieel niet getrouwd was. De kinderen werden wel onder de naam van de vader geregistreerd bij de burgerlijke stand.
Bij een huwelijk in 1840 werden twee kinderen erkend, zoals vermeld in de kantlijn van de huwelijksakte.
Het ging om een meisje van 10 en een zoontje van 1 jaar oud.
Opvallend is dat het zoontje al de achternaam van de vader draagt, Hendriks.
Deze had het kind zelf aangegeven in 1839 en kennelijk had de ambtenaar aangenomen dat de aangever getrouwd was met de moeder.
In dit voorbeeld is de bruidegom zeer waarschijnlijk wel de biologische vader van het zoontje, maar bij het dochtertje van 10 lijkt die kans gering.
Overigens werd in geboorteakten van de burgerlijke stand de term onwettig niet gebruikt. Er werd vermeld dat de moeder ongehuwd was en het kind kreeg de achternaam van de moeder.
In de akte links is sprake van “buiten het huwelijk geboren” kinderen die erkend werden door de huwelijkspartners als te zijn “hunne kinderen”.
Of de bruidegom ook werkelijk de biologische vader is, is bij wettiging niet van belang, in juridische zin. Het kind gaat verder door het leven met de achternaam van de vader van het gezin.
In het algemeen zal gelden dat hoe ouder het kind, des te kleiner de kans dat de juridische vader ook de biologische vader is.
Het kwam natuurlijk ook voor dat een kind niet erkend werd door de bruidegom; het maakte dan onder de naam van de moeder deel uit van het gezin.
Zulke vragen aangaande biologisch en juridisch vaderschap kunnen zich weer voordoen nu familie-onderzoek gecombineerd wordt met DNA-analyses. Daarbij kan het tot conflicten komen tussen gegevens van de burgerlijke stand en de DNA-gegevens. Niet alleen bij “onwettige” kinderen trouwens, maar bij kinderen in het algemeen.