HARK: Hulp Actie Rode Kruis

In het archief van de kerk liggen enkele interessante krantenberichten over de hulpverlening vlak na de Tweede Wereldoorlog. Bij het lezen van de krantenknipsels vallen twee dingen op: er werd al vroeg een gecoördineerde hulpactie op touw gezet, en vervolgens liep het toch anders dan gepland.

Dus, de HARK, met hoofdletters. We hebben gemerkt dat ook Siebengewalders die na de oorlog zijn geboren nog weten wat de HARK was.

Na terugkeer van de evacuatie in 1945 troffen veel inwoners een beschadigde of geheel vernielde woning aan, waarvan ook de huisraad kapot of verdwenen was. Er was gebrek aan alle elementaire zaken: kleding, meubilair, keukengerei, bouwmateriaal. De HARK probeerde in deze behoeften te voorzien: de Hulp-Actie Rode Kruis. De HARK zamelde goederen in en deelde ze uit, maar door de grote vraag waren scheve gezichten en jaloezie niet te vermijden. Zo riep de naam HARK jaren later nog emoties op. Denk in dit verband ook aan Klein-Korea, de naam voor de "strijd" om de eerste huizen aan de Nieuweweg.

Het initiatief voor de HARK ontstond in Zuid-Limburg, dat eind 1944 bevrijd was. Het gebied was relatief ongeschonden gebleven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld delen van Oost-Brabant en Noord-Limburg westelijk van de Maas, waar zwaar gevochten was. Onder het motto Zuid helpt Noord werkten vier organisaties samen om de hulpverlening aan de getroffen gebieden in goede banen te leiden: het R.K. Huisvestingscomité, het Rode Kruis, de Bisschoppelijke Hulpactie en het Interkerkelijk Overleg. In januari 1945 was de stichting HARK opgericht.

Na de bevrijding in mei 1945 kon de hulpverlening landelijk opgezet worden. De HARK kwam met een plan dat inhield dat Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel voor Gelderland, Limburg en Zeeland zouden zorgen. Het motto werd dus omgedraaid, het werd nu Noord helpt Zuid. Het plan werd verder verfijnd langs gemeentelijke en kerkelijke lijnen: de parochies van het dekenaat Gennep werden gekoppeld aan gemeenten in zuid-west Drente, met Smilde, Hoogeveen en Meppel. Ottersum viel hier buiten omdat het al geadopteerd was door de Utrechtse plaatsen Kockengen, Mijdrecht en Wilnis, waaruit al blijkt dat de HARK niet alles in de hand had.

Achteraf blijkt Ottersum geen uitzondering. Boxmeer ontving hulp uit Weesp en Muiden, Haarlem ontfermde zich over Venray. Op de Venrayse site rooynet.nl kunt u een filmpje bekijken over de actie Noord helpt Zuid.

Ook bij Siebengewald lijkt het anders gelopen te zijn. Een van de krantenknipsels beschrijft namelijk een tocht met hulpgoederen vanuit Huizen, een dorp aan de noordrand van het Gooi, met een vrachtauto van de daar gevestigde Balatum-fabriek. De ouderen onder ons herinneren zich dit merk vloerzeil nog wel. Het jaar is waarschijnlijk 1946,

SLOT VAN DE LIMBURG-ACTIE.

Men schrijft ons:
Op Vrijdag 28 Maart vertrokken des morgens om 6.30 uur drie leden van het Comité Limburg uit Huizen naar het geadopteerde dorp Siebengewald in Limburg met een personenauto, bestuurd door Luit. Schadde en een hoog opgeladen vrachtauto van de Balatum.
Het was een prachtige zending, die deze keer naar S. ging, er waren o.a. bij 50 nieuwe wollen dekens, geschonken door de Textielfabriek alhier. Van het geld, dat nog overgebleven was na de eerste zending werden kachels, rieten leunstoelen, kinderledikantjes met toebehooren en textielwaren gekocht. Van eenige particulieren ontvingen we nog goederen, terwijl van de rol flanel, die we nog hadden, door de leerlingen van de Chr. Nijverheidsschool in de Rustenburgerstraat te Amsterdam geheel gratis keurige stellen vrouwenondergoed werd gemaakt.
Gelukkig hadden we zooveel, dat iedereen, die de vorige keer niets ontvangen had, nu iets kreeg. Door kapelaan Geurts waren deze menschen opgeroepen en, toen we aan kwamen rijden, stonden zich al velen te verdringen, voor de deur van het lokaal, waar de uitdeeling zou plaats hebben.
Een van onze mannen deelde volgnummers uit, de beide anderen laadden vlug af, de dames pakten de textiel uit en stapelden deze op tafeltjes. En toen mochten de menschen volgens nummer binnenkomen, er werd gecontroleerd of ze op de lijst stonden en dan moesten ze een papiertje trekken, waarop stond wat hun ten deel viel. Dit was de eenige volkomen eerlijke manier, daar natuurlijk iedereen graag een deken wilde hebben en er maar 50 dekens waren voor + 170 opgeroepenen. De gelukkige bezitters van een deken verdwenen altijd stralend, maar ook de anderen waren over het algemeen tevreden, al waren er ook wel eens mopperaars onder. De kinderbedjes gingen naar a.s. moeders en deze waren natuurlijk allemaal even blij met hun mooie nieuwe, ledikantjes, compleet met matras, kussen, deken, lakentje en sloopje.
Om 5 uur was alles klaar, na 6 uur van hard werken door de 3 dames, luit. Sch. en de beide chauffeurs van Driel en Overbeek van de Balatum. Bij kapelaan Geurts werden we opgewacht met thee en koekjes, zijn huishoudster zorgde weer best voor ons. En toen we daarna nog even aan gingen bij de familie Weys, waar we de vorige keer zoo gastvrij onder dak waren, werden we door hen en hun aardige dienstmeisje onthaald op brood met spiegeleieren en kaas. Vooral de mannen lieten zich niet onbetuigd.
De terugreis verliep niet vlot, daar de personenauto pech had en de Balatumchauffeurs deze niet in de steek wilden laten. Eindelijk om 11 uur 's avonds waren we terug in Huizen met een zeer voldaan gevoel.
Een bijzonder woord van dank past hier nog aan de Balatum, die weer een vrachtauto belangeloos ter beschikking stelde en vooral ook aan de beide chauffeurs, die zich werkelijk uitsloofden. Hiermee is de actie Huizen-Siebengewald afgesloten.