Een kloes in Siebengewald

Weinig bekend is dat er in Siebengewald ooit een Sint Tönniskapel heeft gestaan. Zij bevond zich in wat destijds de Bauerschaft (buurtschap) Siebengewalt heette, een enclave van Weeze in de Heerlijkheid Afferden. De kapel lag aan de westkant van de Augustinusweg, op het terrein van wat nu de Pleesehof heet, vroeger Hekerman (Augustinusweg 19).
De kapel was gewijd aan Antonius-Abt, een heilige uit de vroegchristelijke tijd die had gekozen voor een leven in eenzaamheid en in volstrekte armoede, het leven van een kluizenaar dus. Hij was in de Middeleeuwen een zeer populaire heilige, die werd aangeroepen als beschermer tegen ziekten en plagen.
Ten tijde van de pestepidemieën werden er in Limburg overal Sint Tönniskapellen gesticht. In onze regio staan ze nog in Ven-Zelderheide, op Zelder, in Heukelom en in Aijen.

De Sint Tönniskapel van Siebengewald wordt al in de 15de eeuw genoemd. Bij die kapel stond vanaf circa 1700 ook een kluis, in dialect kloes, een kluizenaarswoning of hermitage. Een kadasterkaart van 1732 (zie foto, in de groene cirkel) laat dat zien. Van enkele kluizenaars is de naam bekend: frater Joachim Hendricks, Paulus Kaufmann en Johan Kalkers.

In tegenstelling tot de naamgever van hun kapel woonden zij in de nabijheid van gewone stervelingen. Ze hadden ook de nodige aardse taken te vervullen. Door het jaar heen waren er de werkzaamheden als koster van de kapel. In de zomer bewerkten ze het stukje grond dat bij de kloes hoorde. En in de winter waren zij belast met onderwijs aan de kinderen uit de buurt, waarvoor een lokaal beschikbaar was voor zo’n 30 kinderen. Dat voor het onderricht vooral de Catechismus en andere religieuze teksten gebruikt werden, lag voor de hand. Het onderwijsniveau zal erg beperkt zijn geweest. Desondanks mag de betekenis daarvan niet worden onderschat. Voor de inwoners van Siebengewald waren er buiten de lessen op de kloes geen andere mogelijkheden voor scholing van hun kinderen.

De Bauerschaft Siebengewalt viel voor wat betreft pastorale zorg onder de parochie Hassum. Wat betekende dat de inwoners van de enclave hun religieuze kernplichten inzake dopen, trouwen en overlijden moesten nakomen in Hassum. Het was de pastoor van deze parochie die de kluizenaar van de kloes aanstuurde en daar ook missen verzorgde. In financieel opzicht werd een en ander mogelijk gemaakt door de adellijke familie von Loë, bewoners van kasteel Wissen bij Weeze, en van huis Terporten, bij de Flieray net over de huidige grens. Zij waren eigenaar van de kloes en de grond er omheen.

Als uitvloeisel van het Congres van Wenen werd in 1815-1817 de grens bepaald tussen het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden en Pruisen. Deze macro-gebeurtenis had ook gevolgen voor de kapel. Door de nieuwe grens kwam de Bauerschaft Siebengewalt, dus ook de kapel, namelijk in Nederland te liggen. Aansluitend daarop ging in 1823 de buurtschap Siebengewald van de parochie Hassum naar de parochie Afferden. Waarschijnlijk had de parochie Afferden weinig belangstelling voor de kloes. Feit is in ieder geval dat na de dood van de kluizenaar Jan Kalkers in 1820 de benoeming van een opvolger achterwege bleef.

Ook de familie von Loë verloor haar belangstelling voor de kloes. Begin 19de eeuw verkocht zij grond en gebouwen aan een boer. De kapel werd gesloopt, maar delen van de kloes en het schoollokaal hebben nog tot 1938 gediend als woning en schuur. Tijdens de oorlog zijn ze verwoest en vervolgens afgebroken. Daarmee verdwenen de laatste sporen van een voorziening die niet zonder betekenis geweest is voor de Siebengewaldse gemeenschap.