Het Gradje Peelen dilemma

Elk dorp heeft wel zijn zonderlinge figuur, de eenzaat die zich niet houdt aan de sociale mores en zoveel mogelijk zijn eigen gang gaat. In Siebengewald werd die rol vervuld door Gradje Peelen (1898-1984). Hij woonde in zijn eenvoudige bedoening op de Vrij en deed, voor zover we weten, geen mens kwaad.

Tijdens zijn leven trok hij al de aandacht van het Dagblad voor Noord-Limburg, in het kader van de rubriek Landlopen. Zij zochten hem in 1977 op in “het gehuchtje, waarvan de naam zeer toepasselijk op het witte huisje van Grad is geschroefd: VRIJ. Want dat is Grad. Vrij tussen het bloemetjesbehang in zijn goeie kamer van twee bij twee. Vrij bij het met sprokkelhout gestookte kacheltje in de niet veel grotere woonkamer. En vrij in het van Goch-sfeer ademende slaapkamertje, een bed breed en nog geen twee lang. Maar vooral vrij buiten, tussen de stallen, hokken en rennen vol dieren.…. De dieren zijn niet Grads hele rijkdom. Hij heeft zijn kleine koninkrijk gestoffeerd met de uitwerpselen van de mode-maatschappij. Minstens een keer in de veertien dagen laadt hij op de “vuilniskuil” zijn fietskarretje vol afdankertjes. De oogst van jaren ligt als strooigoed rond zijn huis. Grad is in een van zijn stoelen gaan zitten en bekijkt ons, die alles schaamteloos bekijken. Misschien heeft hij wel meer redenen om verwonderd te zijn dan wij. We kopen dertien scharreleieren en gaan weg.”

De juiste ingrediënten om ook nu nog bij veel dorpsgenoten een gevoel van nostalgie en weemoed op te roepen, zoals zijn bidprentje al voorspelde:
"Geen grote droefheid bij zijn heengaan op 86-jarige leeftijd. Velen echter in Siebengewald zullen met een zekere weemoed aan Gradje Peelen terugdenken. ’n Soort heimwee naar de eenvoud, die we zelf vaak missen en in ons verkeer met anderen maar zelden tegenkomen. Hij genoot als hij erbij mocht zijn. Hij hoorde erbij. Vroeger trouw lid van de Schutterij; later graag gezien bij de bejaarden-vereniging. Z'n vele karnavalsorden, keurig gerijt op z'n kamer in Norbertus, zeker wel 25, getuigen ervan dat zijn aanwezigheid op prijs werd gesteld. Zittend in z’n stoel heeft hij afscheid genomen van het leven, wat voor hem probleemloos was. 'n Gelukkig mens, die hield van de natuur en z’n vogels, waarschijnlijk zijn laatste gesprekspartners voor z’n afscheid. In geloof bevelen wij hem aan bij God, die hem voorgoed gelukkig zal maken; ’n verdiende beloning voor zo’n eenvoudig leven, dat we ons graag herinneren als ’n soort legende, in het vaak zo kommervolle leven."

Precies zo is het gegaan. In Ottersum geboren als Gerardus Hetteriks, in Siebengewald de legende Gradje Peelen, die in de loop van de tijd alleen maar groter werd. Met als onvermijdelijk gevolg dat zijn naam elke keer genoemd wordt als er een straatnaam bedacht moet worden. En even onvermijdelijk het dilemma dat de bestuurders van vele gemeenten kennen: is de persoon in kwestie voldoende "maatschappelijk relevant" om op deze wens in te gaan?
Het ligt voor de hand daar vraagtekens bij te zetten. Een feesttent, oké, maar een straat? Anderzijds is de automatische claim van kerk en lokale politiek op straatnamen zo langzamerhand ook achterhaald. En waarom altijd mannen....
In het Limburgse America proberen ze het dilemma te omzeilen. Begin met wat muzikale vrienden een band en noem die naar de vrijbuiter. Zorg dan dat je beroemd wordt. Dat verhoogt de kans op een RowwenHèzeplein aanzienlijk.