De Zusters van Onze Lieve Vrouw
De komst van de Zusters van Onze Lieve Vrouw naar Siebengewald, in 1928, was een direct gevolg van de Lager Onderwijswet die in 1920 in Nederland van kracht werd. Daarin werd vastgelegd dat de overheid naast de openbare scholen ook het bijzonder onderwijs zou financieren. Dit leidde tot de oprichting van een groot aantal katholieke en protestants-christelijke scholen in het land.
Ook pastoor Hanraets greep de kans om de invloed van de kerk op het onderwijs en de opvoeding te versterken. Hij diende bij de gemeente het verzoek in om de openbare school in het dorp om te vormen tot een katholieke jongens- en meisjesschool. De school aan de Processieweg werd St. Josephschool, en het kerkbestuur plande een nieuwe meisjesschool in de buurt van de toenmalige kerk.
Voor de leiding van de meisjesschool deed de pastoor een beroep op de congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouw. Hun klooster in Tegelen was pas opgericht en kon daardoor niet direct voldoende personeel leveren. Ter compensatie zorgde de pastoor voor nieuwe aanwas uit het dorp: Anna Maria Schoofs (zij werd Zr. Johanissa) en de pas 13-jarige Anna Rühl vertrokken naar Tegelen. Deze laatste werd uiteindelijk geen zuster, maar de gewaardeerde huishoudster op de pastorie.
Onder verantwoordelijkheid van het kerkbestuur werd begin 1928 begonnen met de bouw van het klooster met bewaarschool en de meisjesschool met vier lokalen. De aannemers waren respectievelijk Rutten uit Aijen voor fl.14.232 en Koppes uit Well voor fl.17.195. Nog in hetzelfde jaar kon de inzegening van de meisjesschool (Heilig Hartschool) en de St. Josephschool plaatsvinden. Er werd begonnen met 125 meisjes en 48 kleuters. Het klooster werd voor 10.000 gulden overgedragen aan de zuster-orde, dus de parochie schoot er wel wat geld bij in.
In 1929 verbleven er 5 zusters in het klooster. Zuster Remigia was de overste en schoolhoofd. De zusters Thiatild, Hermanna en Elsina zorgden samen voor het eten, de huishouding, de was, de tuin en het Groene Kruis werk. Zuster Addolorata kreeg de bewaarschool onder haar hoede. Daarnaast kwamen er ook burger-leraressen in het klooster wonen. De eerste twee waren Maria Croymans en Petronella Geelen. Gevolgd door juf Thijssen en juf Ronken.
Door de jaren heen wisselde de bezetting van het klooster regelmatig waarbij ook de taken van de zusters anders werden ingedeeld. Er werd naailes gegeven, en de zusters namen de wijkverpleging op zich. Vanaf 1943 was het consultatiebureau voor zuigelingen ook een taak voor de zusters. De huisarts hield hiervoor spreekuur in het klooster. De rolverdeling werd bijgehouden in de Annalen van het klooster, aanvankelijk in het Duits en in het oude Duitse schrift.
Ook de gebeurtenissen tijdens de oorlog zijn in de Annalen vastgelegd. Het onderwijs raakte op de achtergrond doordat de school gevorderd werd door de Duitsers. De wijkverpleegster Zr Lietberta maakte juist overuren. De zusters zijn begin 1945 met de verschillende groepen evacuees meegetrokken, een barre tocht door de sneeuwbuien, en uiteindelijk in Hoogeveen terechtgekomen.
De kerk is in de oorlog ten onder gegaan, maar klooster en school konden hersteld worden. De eerste noodkerk werd ingericht in de gang van de school.
In 1979 telde het kloosters zes zusters: Wirona, Berndina, Bilinda, Bernadette, Alicie en schoolhoofd Woutera. Op 22 december 1982 nam Zr. Woutera afscheid na 12 jaar Siebengewald.
De meisjesschool hield toen op te bestaan en heeft plaatsgemaakt voor woningen. De leerlingen verhuisden naar de verbouwde basisschool aan de Boterdijk. De laatste vier zusters bleven tot 1992 in het klooster wonen. Het gebouw werd overgedragen aan de woningbouwvereniging Cosmas&Damianus (later Destion), die er 5 sociale huurappartementen onderbracht. Na een brand in 2016 is het gebouw bijna afgebroken, maar uiteindelijk toch weer verbouwd tot appartementen.